Bij alle woningcorporaties staat duurzaamheid inmiddels hoog op de agenda. Dat moet ook, met het oog op de wettelijke doelstellingen en de noodzaak om in 2050 aardgasvrij te zijn. Accolade besloot de verduurzaming structureel te verankeren in de organisatie en stelde een fulltime adviseur aan. Jacob Blom houdt zich bezig met de volle breedte: van energie en circulariteit tot klimaatadaptatie en biodiversiteit.
“Mijn werk gaat verder dan het energiezuinig maken van woningen,” legt Blom uit. “Ik kijk ook naar circulair bouwen, het gebruik van biobased materialen, en hoe we onze buurten kunnen voorbereiden op extreme hitte of neerslag. Die thema’s horen bij elkaar. Pas als je ze in samenhang bekijkt, kom je tot een duurzame strategie die toekomstbestendig is.”
De grootste uitdaging? De bestaande woningvoorraad aardgasvrij maken. Individuele oplossingen, zoals warmtepompen, zijn beproefd maar vragen hoge investeringen en veel ruimte. Tegelijkertijd leidt netcongestie tot nieuwe beperkingen.
“Daarom geloof ik sterk in collectieve warmteoplossingen,” zegt Blom. “Vooral in stedelijke kernen, waar mensen dicht op elkaar wonen. Daar kun je met een warmtenet schaalvoordeel halen. Bovendien beheren corporaties vaak complete wijken met vergelijkbare woningen. Dat biedt overzicht én kansen.”
Volgens Blom zijn woningcorporaties bij uitstek geschikt om de warmtetransitie op gang te helpen. “Dankzij ons geconcentreerde bezit kunnen wij optreden als grote, eerste afnemer van collectieve warmte. Dat maakt de aanleg van infrastructuur rendabel. Als wij aansluiten, durven anderen dat ook.”
Ondanks dat collectieve warmteoplossingen veel potentie hebben zijn er nog flink wat obstakels. “We hebben in meerdere Friese gemeenten onderzocht of een warmtenet mogelijk is,” vertelt Blom. “In Sneek waren we al een behoorlijk eind op weg. De samenwerking met partners liep goed, de plannen waren veelbelovend. Totdat de oorlog in Oekraïne begon en de prijzen van grondstoffen en materialen explodeerden. De onrendabele top binnen de businesscase kregen we niet meer rond gerekend”.
Ook elders zijn de ambities groot, maar loopt de uitvoering vast. Subsidies zijn onzeker, netcongestie vormt een steeds grotere belemmering, en het ontbreekt vaak aan technische en financiële garanties. “Als je de risico’s niet goed kunt afdekken, blijven partijen afwachtend. En dat vertraagt alles.”
Toch zijn er ook lichtpuntjes. Accolade is betrokken bij twee haalbaarheidsonderzoeken namelijk warmtenet Joure gevoed door restwarmte van Douwe Egberts en warmtenet Smallingerland gevoed door restwarmte van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. “Daarnaast ben ik halverwege dit jaar aangesloten bij de werkgroep Confidence 2.0”. Deze werkgroep heeft als doel het ontwikkelen van een blauwdruk voor Friese warmtenetten gebaseerd op de Deense aanpak.
Tijdens een studiereis naar Denemarken deed Blom waardevolle inzichten op. “Daar is warmtevoorziening sinds de jaren ‘70 een publieke zaak. Zo’n zeventig procent van de bevolking is aangesloten op een warmtenet. De oliecrisis in de jaren ’70 dwong de Denen een fossielvrije aanpak te ontwikkelen. Nederland kon door zijn enorme gasreserves achterover leunen. De Denen laten zien dat warmtenetten wel betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam zijn.”
Als woningcorporaties de startmotor zijn, dan hebben ze wel een stuur nodig, vindt Blom. En dat ligt bij de overheden. “Zorg voor gemeentelijke warmtebedrijven. Breng de infrastructuur onder in publieke handen. In Denemarken werkt dat top: warmte is daar een nutsvoorziening, geen verdienmodel.”
Ook op financieel vlak kunnen we volgens Blom veel leren van de Denen. “Zij werken met een laagrisico financieringsmodel: gemeenten kunnen via hun warmtebedrijven tegen zeer lage rente lenen, vaak met een overheidsgarantie. Daardoor blijven de aanlegkosten beperkt. Bovendien is het maken van winst wettelijk verboden. Zo blijft warmte echt een publieke voorziening. Dat zouden we hier ook moeten willen.”
Wat Blom vooral bewondert, is het Deense pragmatisme. “In Nederland richten we ons vooral op wijken met hoge woningdichtheid en willen we dat warmtenetten direct draaien op 100% hernieuwbare bronnen. Dat leidt tot hoge investeringen en vertraagt de uitvoering. In Denemarken maken ze uitgebreide warmteplannen voor een hele stad of regio. Ze kijken welke gebieden het eerst en het laatst worden aangesloten. Oftewel: denk groot, begin klein.”
Volgens Blom liggen de grootste kansen in de stedelijke kernen. “Daar wonen mensen dicht op elkaar. Dat maakt een warmtenet niet alleen haalbaar, maar ook betaalbaar. Het zou zonde zijn om nu overal individuele warmtepompen te plaatsen, terwijl je over een jaar of tien alsnog kunt aansluiten op een collectief net.”
Zijn oproep aan collega-corporaties is helder: “Neem collectieve oplossingen serieus mee in je afwegingen, zeker bij bezit in grotere kernen. Laat je inspireren door landen als Denemarken en volg de resultaten van de werkgroep Confidence 2.0 op de voet. Als het ons lukt om die lessen te vertalen naar een succesvol warmtenet in Friesland, dan kan het in de rest van Nederland ook.”
[Dit artikel is onderdeel van Warm Fryslân, editie 4]