Een warmtenet op middentemperatuur legt meer druk op het watersysteem. Dat komt doordat:
Brontemperatuurnetten bieden meer ruimte voor diversificatie en ontlasten het watersysteem. Bovendien kunnen bestaande én nieuwe bodemenergiesystemen geïntegreerd worden. Hierdoor kan ’s zomers worden gekoeld zonder extra warmte te lozen, wat de druk op het oppervlaktewater verlaagt.
Daarom is het verstandig om (waar mogelijk) te kiezen voor een brontemperatuurnet (<25°C) in plaats van een middentemperatuurnet (55–70°C). Zeker gezien de levensduur van warmtenetten, die vaak minimaal vijftig jaar is.
In een brontemperatuurnet wordt de warmte pas in het gebouw zelf opgewaardeerd met een warmtepomp. Dat betekent: minder warmtetransport, dus minder verlies. En ook: een betere spreiding van de elektriciteitsvraag, omdat niet iedereen tegelijk piekverbruik heeft. Dat maakt het eenvoudiger om lokaal opgewekte zonnestroom direct te gebruiken. Slimme integratie van warmtepompen en buffervaten helpt bovendien om de druk op het elektriciteitsnet te verlagen.
Sinds enkele jaren schrijven Europese regels (EPBD) en het Bouwbesluit voor dat verwarmingssystemen in nieuwbouw en bij renovatie op zo laag mogelijke temperatuur moeten functioneren. De behoefte aan hoge temperatuur zal daardoor steeds sneller afnemen. Als we nu al kiezen voor lage temperatuur of brontemperatuur, bouwen we warmtenetten die klaar zijn voor de toekomst. We vermijden onnodige verliezen én zorgen dat we flexibel kunnen meebewegen.
Een veelgehoord bezwaar: lage temperatuur zou niet voldoende zijn voor oudere, slecht geïsoleerde woningen. Maar juist in die woningen zijn afgiftesystemen vaak aan vervanging toe. Vervanging door een goed ontworpen systeem op lage temperatuur is dan een logische én toekomstbestendige keuze. Comfortverlies hoeft dat zeker niet op te leveren. Integendeel: de nieuwe systemen kunnen juist méér comfort bieden.
Een warmtepomp op een stabiele bron (zoals een brontemperatuurnet) werkt bovendien efficiënter en constanter dan op buitenlucht. En met een buffervat in huis kan het verbruik slim worden afgestemd op momenten van lage druk op het net.
Wordt een woning in de toekomst alsnog beter geïsoleerd? Dan kan de temperatuur in het afgiftesysteem nog verder omlaag. De warmtepomp wordt dan nóg efficiënter. Doordat het rendement stijgt terwijl de warmtevraag daalt, blijft het effect op het net beperkt.
Elke woning in Nederland is geschikt voor een warmtepomp, mits goed ontworpen en afgestemd op het gebouw. Door nu te kiezen voor brontemperatuur:
Het maakt de warmtetransitie niet alleen duurzamer, maar ook haalbaarder. En slimmer! Stap voor stap.