De nieuwe warmteplanningskaart brengt haarscherp in beeld waar collectieve warmte kansrijk is en waar individuele oplossingen beter passen. Het is een doorbraak voor gemeenten én inwoners: eindelijk een instrument dat aansluit bij de Friese werkelijkheid. Met logische clusters, actuele data en oog voor energiearmoede helpt de kaart om realistische keuzes te maken en om niemand achter te laten in de warmtetransitie.
De warmtetransitie raakt ons allemaal. Maar de weg naar aardgasvrij wonen ziet er in een stad heel anders uit dan in een klein dorp, een lintbebouwing of een verspreid liggende wijk. In Fryslân wordt die complexiteit nu eindelijk zichtbaar op één kaart.
De warmteplanningskaart is een datagedreven instrument dat laat zien waar collectieve warmte, zoals warmtenetten, technisch en economisch haalbaar is en waar individuele oplossingen zoals warmtepompen beter passen. Van warmtevraag en bebouwingsdichtheid tot isolatiepotentie, energieverbruik, beschikbare warmtebronnen en obstructies zoals watergangen of spoorlijnen: alles wordt meegewogen. Ook sociaaleconomische factoren, zoals energiearmoede, zijn onderdeel van de analyse.
“Gemeenten moeten uiterlijk in 2027 een warmteprogramma vaststellen. Dat vraagt om scherpe keuzes”, zegt Duco Hartlief, projectleider energietransitie bij gemeente Súdwest-Fryslân. “Waar investeren we in een warmtenet, waar juist niet en hoe ondersteunen we mensen bij alternatieven? Met deze kaart kunnen we die keuzes eindelijk onderbouwen.”
Het grote verschil zit in de schaal. De landelijke startanalyses werken met wijken, maar die hebben in Fryslân vaak weinig zeggingskracht. “Onze wijken bevatten veel onbebouwde ruimte. Daardoor lijkt de warmtevraag per vierkante kilometer laag, terwijl er in de praktijk wél kansen liggen voor collectieve warmte,” legt Hartlief uit. “De warmteplanningskaart kijkt naar logische clusters en dat maakt het verschil.”
De kaart helpt gemeenten om:
“Wanneer een dorp niet wordt aangesloten op een warmtenet, kan de gemeente dat nu beter uitleggen. En belangrijker nog: we kunnen laten zien wat er wél mogelijk is,” aldus Hartlief. Ook aquathermie krijgt een plek. De kaart laat zien waar waterlopen en warmtevraag samenkomen. Een kansrijke combinatie voor aquathermie.
Sander Elverdink, projectleider energiearmoede bij gemeente Noardeast-Fryslân, ziet dagelijks wat de warmtetransitie betekent voor mensen die moeite hebben om rond te komen. “Voor huishoudens in energiearmoede is het niet de vraag welk systeem technisch het beste is, maar wat ze überhaupt kunnen betalen,” zegt hij.
Juist deze groep heeft baat bij de kaart, omdat deze vroegtijdig duidelijkheid geeft: komt er in deze buurt een collectieve oplossing of moet je zelf aan de slag? “Dat voorkomt uitstelgedrag en onzekerheid,” zegt Elverdink. “En het helpt om bewoners tijdig mee te nemen in de keuzes.”
In dunbevolkte gebieden zoals Noardeast-Fryslân zijn warmtenetten vaak onhaalbaar. De gemeente zet daarom in op betaalbare individuele alternatieven, met de hybride warmtepomp als meest logische tussenstap. “Een hybride warmtepomp bespaart tot 75% gasverbruik en is voor sommige huishoudens betaalbaarder dan hun woning volledig isoleren en overstappen op all electric. Bovendien voelt het als een kleinere stap: de gasketel blijft als back-up.”
Ook ontwikkelt de gemeente handreikingen voor water-waterwarmtepompen (zoals bij aquathermie) en biedt ze maatwerkadvies aan huis. Met subsidies voor isolatie, warmtepompen en aanvullende maatregelen voor huishoudens in energiearmoede wil Noardeast-Fryslân de drempels verlagen. “We moeten vertrouwen opbouwen. Als we warmtepompen net zo gewoon kunnen maken als zonnepanelen, zijn we op de goede weg.”
De warmteplanningskaart geeft Fryslân een eerlijker, realistischer én bruikbaarder basis voor de warmtetransitie. Het laat zien waar collectieve warmte kansrijk is en waar mensen juist steun nodig hebben bij individuele oplossingen. De kaart maakt de verschillen zichtbaar, maar helpt ook om ongelijkheid te voorkomen.
Hartlief en Elverdink zijn het erover eens: “De transitie lukt alleen als we het samen doen: overheden, bewonersinitiatieven, dorpsbelangen en inwoners. Deze kaart helpt ons om richting te geven én om eerlijk te blijven over wat waar kan.”
[Dit artikel is onderdeel van Warm Fryslân, editie 4]