De maakbare potentie aquathermie Fryslân is nu voor het eerst nauwkeurig in kaart gebracht. Volgens schattingen kan ruim 60% van de provincie verwarmd worden met warmte uit oppervlaktewater. Maar zulke getallen zijn pas écht waardevol als er gekeken wordt naar de lokale situatie: waar zitten de bronnen, en zijn er dan ook voldoende afnemers in de buurt?
Om een realistische ‘maakbare’ of ‘bruikbare’ potentie te kennen, werkt het studiebureau EXTRAQT een nieuwe potentiestudie uit die wél rekening houdt met een lokale match tussen het aanbod en de afnemers. Die laat voor het eerst precies zien wat lokaal mogelijk is.
De nieuwe potentiestudie van EXTRAQT richt zich in eerste instantie op het bepalen van de bronpotentie per waterlichaam, vóórdat deze warmte aan afnemers wordt toegewezen. Deze bronpotentie is niet statisch berekend, maar via een dynamische simulatiemethode, waarbij rekening is gehouden met uiteenlopende tijds- en locatiegebonden factoren. Denk aan:
Een belangrijk uitgangspunt is dat afnemers het liefst warmte onttrekken op de dichtstbijzijnde locatie. Hierdoor ontstaan lokaal sneller knelpunten. De simulaties zijn dan ook zo ingericht dat ze deze effecten expliciet meenemen.
Daarnaast is de studie zo veel mogelijk afgestemd op de richtlijnen van het Kader koudelozing 2.0,, opgesteld door het Rijk en lokaal gevolgd door Wetterskip Fryslân. Zo wordt de maximaal toelaatbare bronpotentie binnen dit kader bepaald.
Wat nog ontbreekt in het huidige kader zijn concrete richtlijnen voor de cumulatieve effecten van meerdere installaties binnen met elkaar verbonden waterlichamen. Toch is dit effect van groot belang. Daarom zijn ook deze invloeden meegenomen in de simulaties. Dit maakt de uitkomsten realistischer en toepasbaarder op lokaal niveau.
De simulaties laten zien dat Fryslân beschikt over een enorme hoeveelheid bruikbare aquathermie. In potentie is er zelfs meer warmte beschikbaar dan nodig: de totale bronpotentie komt neer op zo’n 350% van de warmtevraag in de provincie.
Toch zit daar een belangrijk aandachtspunt: veel warmtevragers bevinden zich in dense gebieden waar juist relatief weinig bronpotentie is. Tegelijkertijd is er veel warmte beschikbaar in gebieden waar weinig afnemers zijn. Hierdoor is het maken van een lokale match tussen aanbod en vraag essentieel. Alleen dan kunnen we de werkelijke, maakbare potentie van aquathermie goed benutten en inzetten voor duurzame verwarming in Fryslân.
Om te bepalen hoeveel warmte er écht via aquathermie geleverd kan worden, is het belangrijk om bron en vraag lokaal aan elkaar te koppelen. In deze studie is de beschikbare warmte uit waterlichamen verdeeld over de nabijgelegen warmtevragers, zolang de bron het toelaat.
Op plekken met veel vraag, maar beperkte bronpotentie, moeten keuzes worden gemaakt: wie krijgt voorrang? Daarom werkt de studie met een verdeelsleutel. Die houdt rekening met factoren zoals:
Deze aanpak laat zien hoeveel van de warmtevraag realistisch gezien geleverd kan worden. Het resultaat: ongeveer 33% van de warmtevraag in Fryslân kan worden ingevuld met aquathermie.
Dat lijkt misschien weinig vergeleken met de totale bronpotentie van 350%, maar het laat juist zien dat veel warmtevraag zich bevindt op plekken waar de bron beperkt is. Tegelijkertijd onderstreept het het belang én de potentie van aquathermie: met 33% dekking levert het een stevige bijdrage aan de warmtetransitie in Fryslân zónder dat daar per se een WKO aan gekoppeld hoeft te worden.
Dit jaar worden de resultaten van de studie openbaar beschikbaar. Via een interactieve online viewer kun je dan op buurtniveau zien hoeveel warmte er via aquathermie geleverd kan worden. Ook de bronpotentie per waterlichaam wordt inzichtelijk gemaakt.
Deze informatie is waardevol voor gemeenten, waterschappen, (energie)coöperaties en andere partijen die lokaal aan de slag willen met de warmtetransitie. Het maakt het mogelijk om weloverwogen keuzes te maken over waar en hoe aquathermie kan worden ingezet.
De kaarten helpen niet alleen bij het vinden van kansrijke locaties, maar vormen ook een goede basis voor het opstellen van een bronnenstrategie. Zo kunnen projecten sneller van de tekentafel naar de praktijk.
